Collectieprogramma’s
Kunstmusea kunnen via de regeling Collectieprogramma’s hun collecties beeldende kunst en vormgeving van na 1945 uitbreiden op basis van hun collectieprogramma en aankoopplan. Het gaat om aankopen die in het collectieplan van het museum passen en (semi)permanent aan het publiek worden getoond. Ook kunnen musea de bijdrage gebruiken om aan een beeldend kunstenaar de opdracht te verstrekken een werk te maken dat wordt opgenomen in de collectie. Doel is het verhogen van de kwaliteit, de samenhang en de zichtbaarheid van de Collectie Nederland: alle kunst- en erfgoedobjecten in publiek bezit. Deze regeling staat om het jaar open voor aanvragen.
In 2025 vond de aanvraagronde Collectieprogramma’s 2026-2027 plaats: 22 musea deden een aanvraag en ontvingen een bijdrage voor het aankopen van beeldende kunst en/of vormgeving na 1945. De toegezegde bedragen varieerden van € 45.000 tot € 200.000, voor een periode van 2 jaar. Musea moeten kunnen beschikken over een structureel eigen aankoopbudget van minimaal € 50.000 per jaar voor hedendaagse beeldende kunst en/of vormgeving.
Het Valkhof Museum en Museum van Bommel van Dam vroegen voor het eerst aan binnen deze regeling. Daarnaast heeft Kröller-Müller Museum voor het eerst sinds 2010 weer aangevraagd.
Musea zetten over het algemeen hun eerder ingeslagen verzamelkoers voort in de plannen voor de komende 2 jaren. Bij de meeste musea vormen diversiteit en inclusie een belangrijk onderdeel van de tentoonstellings- en aankoopprogramma’s, met aandacht voor demografische diversiteit, genderidentiteit en meerstemmigheid. Musea zoeken in hun aankoopbeleid vaak bewust naar dialogen tussen oude en nieuwe kunst. Het Frans Hals Museum versterkt zo de collectie met een focus op Haarlemse geschiedenis, vrouwelijke kunstenaars, portretten van onder gerepresenteerde groepen en werken die de invloed van Frans Hals tonen. De thema’s milieu, duurzaamheid en onderzoek naar de herkomst van de collectie komen ook voor de komende 2 jaar in toenemende mate terug in de collectiebeleidsplannen van musea, waarmee actuele maatschappelijke ontwikkelingen terugkomen in de collectieplannen.
Regelmatig gaan musea samenwerkingen aan om samen tot een aankoop over te gaan. Voor de komende jaren hebben het Centraal Museum en het Bonnefanten plannen voor co-acquisitie, evenals het Centraal Museum en Museum Catharijneconvent. Kennisdeling speelt een belangrijke rol in deze samenwerkingen.
Ook opdrachtgeverschap speelt een belangrijke rol in het verzamelbeleid en wordt gekenmerkt door een nauwe samenwerking met kunstenaars in de totstandkoming van nieuwe werken, vaak als onderdeel van bredere onderzoeks- of productieprojecten. Bij het TextielMuseum komen bijna alle verwervingen tot stand op basis van een opdracht aan een kunstenaar en onderzoekstraject in het TextielLab.