Kunstenaarshonorarium
Met de regeling Kunstenaarshonorarium kunnen beeldende kunstinstellingen die zonder verkoopdoel hedendaagse beeldende kunst en/of erfgoed tentoonstellen compensatie aanvragen voor betaling van redelijke vergoedingen aan kunstenaars. Het doel van deze regeling is beeldende kunstinstellingen te stimuleren de richtlijn kunstenaarshonorarium toe te passen, zodat kunstenaars naar behoren worden betaald.
Het Mondriaan Fonds heeft van het ministerie van OCW budget ontvangen voor de uitvoering van fair pay in de periode 2025-2028. Daarmee kon ook de regeling Kunstenaarshonorarium worden verlengd.
Vanaf augustus 2025 zijn kunstenaarshonoraria subsidiabel binnen de regelingen Kunst Opdracht, Kunst Erfgoed Presentatie en Kunst Erfgoed Festival en kan hiervoor geen afzonderlijke aanvraag meer worden ingediend bij de regeling Kunstenaarshonorarium. Alleen wanneer een aanvraag binnen één van deze regelingen werd afgewezen, kon een instelling alsnog een aanvraag Kunstenaarshonorarium indienen bij Kunstenaarshonorarium. Daarnaast konden instellingen die meerjarige ondersteuning ontvangen vanuit één van de rijkscultuurfondsen of de BIS geen aanvraag meer indienen omdat de middelen voor fair pay al in die regelingen zijn verwerkt.
De richtlijn kunstenaarshonorarium voor het berekenen van het maximaal aan te vragen bedrag, wordt op dit moment door verschillende belangenverenigingen onderzocht en herijkt. In de tussentijd kunnen aanvragers kiezen uit 2 rekenopties: de klassieke richtlijn (geïndexeerd naar de tarieven voor 2025) of de nieuwere, voorgestelde richtlijn gebaseerd op het prijspeil 2023.
Er zijn aanvragen ingediend door allerlei beeldende kunstinstellingen, zoals kunstpodia, festivals en musea. In vergelijking met 2024 is zowel het aantal ingediende aanvragen als het aantal toekenningen met 20% gedaald. Het gemiddelde aangevraagde bedrag per aanvraag lag in 2025 hoger dan in 2024. Hierbij kan onder meer een rol hebben gespeeld dat de herijkte richtlijn, in vergelijking met de klassieke richtlijn, hogere honoraria voorschrijft aan grotere instellingen. Ook het aantal honoraria waarvoor per aanvraag ondersteuning werd aangevraagd, kan van invloed zijn geweest. Een voorbeeld van een gehonoreerde aanvraag voor een grotere groepstentoonstelling (ongeveer 25 kunstenaars) is van Kunstmuseum Den Haag, voor de tentoonstelling New New Babylon.
Net als in voorgaande jaren varieerde de grootte van de instellingen die aanvragen indienden. Zo vroegen kleine initiatieven als CAMPIS (Assen), Kunstruimte Het Langhuis (Zwolle) en Stichting Kunstkerk (Dordrecht) een bijdrage aan, maar ook grotere instellingen als CODA (Apeldoorn), Stedelijk Museum Schiedam en Centraal Museum Utrecht deden een beroep op de regeling.