De Kunstfabriek
Advies: net onvoldoende
Het advies luidt:
De artistiek-inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden beoordeelt de commissie als net onvoldoende. Zij waardeert de energie die uit de aanvraag spreekt en de ambitie om te fungeren als schakel tussen opkomend talent en het institutionele veld. De commissie vindt de eigen signatuur en motivering van inhoudelijke keuzes echter te mager en meent dat er geen sprake is van een overtuigende artistiek-inhoudelijke visie. De activiteiten en programmering vormen volgens de commissie in te beperkte mate een samenhangend geheel, waardoor de artistieke visie onvoldoende zichtbaar was in het afgelopen jaar. De commissie waardeert het voornemen om in te zetten op inhoudelijke verdieping en verdere professionalisering van de organisatie, maar meent dat uit de aanvraag niet blijkt dat deze positieve ontwikkeling al is ingezet.
De artistiek-inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan beoordeelt de commissie als onvoldoende. De Kunstfabriek bouwt voort op het begrip ‘Transitie’, waarin jaarlijks vier thema’s worden verkend. Deze thematiek blijft echter zeer breed en wordt in de aanvraag onvoldoende scherp uitgewerkt. De commissie is daarom niet overtuigd van de mate waarin het plan mogelijkheden biedt voor de beoogde ontwikkeling van De Kunstfabriek. Aangezien de vermelding van kunstenaars in het programmaplan slechts indicatief is, biedt de aanvraag voor de commissie onvoldoende houvast om vertrouwen uit te spreken in de kwaliteit van de kunstenaarsselectie en de mate waarin de selectie aansluit bij het programmaplan. De commissie heeft op basis van de in haar ogen te magere aanvraag geen vertrouwen dat het plan uitvoerbaar is waardoor er ook geen vertrouwen is dat het beoogde artistiek-inhoudelijke programma wordt gerealiseerd.
Het publieksbereik beoordeelt de commissie als net onvoldoende. Hoewel zij waardeert dat De Kunstfabriek gebruik maakt van het Culturele Doelgroepenmodel en het eigen publiek helder voor ogen heeft, vindt zij de toelichting hoe het beoogde publiek wordt bereikt niet overtuigend. De aanpak voor publieksbereik is volgens de commissie sterk netwerkgedreven en vertrouwt te veel op onderlinge verspreiding, zonder een overtuigende en meetbare eigen strategie. Daarnaast ligt de nadruk in de communicatieboodschap volgens de commissie te zeer op sfeer en beleving, en te weinig op het beeldende kunstprogramma. De commissie heeft op basis van deze aanvraag te weinig vertrouwen dat het beoogde publiek wordt bereikt.
De lokale inbedding beoordeelt de commissie als onvoldoende. Hoewel De Kunstfabriek zegt sterk lokaal verankerd te zijn en lokale samenwerkingen aan te gaan, wordt volgens de commissie onvoldoende overtuigend toegelicht op welke wijze die verankering wordt gerealiseerd of wie de beoogde lokale samenwerkingspartners zijn. Door het gebrek aan een heldere artistiek-inhoudelijke positionering vindt de commissie dat in de aanvraag niet voldoende duidelijk wordt waarin De Kunstfabriek zich onderscheidt van instellingen die culturele programma’s uitvoeren binnen dezelfde regio.
De kwaliteit van de organisatie en bedrijfsvoering beoordeelt de commissie als net onvoldoende. Zij vindt de begroting duidelijk, maar niet realistisch en passend bij het plan aangezien niet alle doelstellingen zijn terug te vinden in de begroting. Zo vindt zij dat er te weinig financiële middelen zijn begroot om aan de kunstenaars de in het programmaplan beoogde ruimte te bieden voor verdieping en experiment. Daarnaast vindt de commissie het opvallend dat de aangrenzende bar een prominente rol speelt in het publieksbereik, terwijl de barinkomsten niet inzichtelijk zijn opgenomen in het dekkingsplan.
Vanwege de in haar ogen vrij kleine capaciteit van het team, het te vrijblijvende programmaplan en de niet passende begroting, is de commissie op basis van deze aanvraag er niet van overtuigd dat De Kunstfabriek organisatorisch in staat is het programmaplan uit te voeren.
De omgang met de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie beoordeelt de commissie als voldoende. Zij vindt dat De Kunstfabriek helder reflecteert op de werking en implementatie van beleid met betrekking tot de codes. De commissie vindt de ambities waarbij wordt ingezet op geleidelijke verbetering bescheiden, maar daardoor ook realistisch voor een kleinere organisatie.
De adviescommissie heeft de beoordelingscriteria van de regeling Kunstpodium Start gewogen in onderlinge samenhang. Hierbij is het criterium met betrekking tot de lokale inbedding zwaarder gewogen, omdat dit een aandachtspunt is binnen de regeling. Zij is gekomen tot het eindoordeel dat de aanvraag van Stichting De Kunstfabriek net onvoldoende is en adviseert de aanvraag af te wijzen.