Kunstcentrum De Ploeg
Advies: net onvoldoende
Het advies luidt:
De artistiek-inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden beoordeelt de commissie als net onvoldoende. Zij heeft waardering voor de herkenbare visie van Kunstcentrum De Ploeg, die het erfgoed van de gelijknamige kunstenaarsgroep verbindt met het Noord-Groningse landschap en de lokale context. Echter, de reflectie op actuele ontwikkelingen binnen de hedendaagse beeldende kunst en bredere maatschappelijke vraagstukken komen minder overtuigend naar voren in de artistieke visie van het kunstpodium. De commissie meent bovendien dat de artistieke traditie en het gedachtegoed die spreken uit de historie van De Ploeg en waarmee de aanvrager zich artistiek verwant voelt, niet overtuigend zijn vertaald in de recent gerealiseerde activiteiten. De activiteiten zijn daarnaast overwegend erfgoedgericht en de commissie mist een overtuigende toelichting op de hedendaagse beeldende kunst. Zij is van mening dat de artistieke visie onvoldoende zichtbaar is in de activiteiten van het afgelopen jaar. Naar de mening van de commissie toont de recente programmering betrokkenheid bij het gedachtegoed van De Ploeg, ook is de verbinding met het Noord-Groningse landschap en actuele thema’s voor de hand liggend. De inhoudelijke invulling van de programmering is in haar ogen echter vrij traditioneel, in tegenstelling tot wat het kunstpodium zelf zegt na te willen streven.
De artistiek-inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan beoordeelt de commissie als ruim onvoldoende. De programmering is globaal beschreven in 10 onderzoekslijnen die als rode draad dienen voor komende tentoonstellingen en educatieve activiteiten. Hoewel de thema’s veelbelovend zijn en aanknopingspunten bieden voor de beoogde ontwikkeling van het kunstpodium, is de uitwerking van het programma te summier en hierdoor onvoldoende overtuigend. De commissie is van mening dat onvoldoende inzichtelijk wordt gemaakt of en hoe de selectie van kunstenaars en curatoren aansluit bij de beoogde programmering. De aanvraag bevat nauwelijks concrete voorbeelden van eigentijdse kunstenaars die het kunstpodium wil betrekken en ook de junior curator die samen met de directeur verantwoordelijk zal zijn voor de verdere inhoudelijke uitwerking, is niet bekend. Op basis van het hiervoor vermelde heeft de commissie niet het vertrouwen dat het kunstpodium in staat is een artistiek-inhoudelijk programma van kwaliteit te realiseren.
Het publieksbereik beoordeelt de commissie als net onvoldoende. Naar de mening van de commissie omschrijft de aanvrager een breed publiek: van regionale erfgoedliefhebbers en toeristen tot schoolkinderen en nieuwe publieksgroepen. Hoewel zij de doelgroepen relevant vindt, ontbreekt er een nadere uitwerking van het communicatieplan waaruit een doordachte publieks- en communicatiestrategie blijkt. De commissie heeft ondanks de herkenbare naam en eerder gerealiseerde bezoekcijfers echter te weinig vertrouwen dat het beoogde publiek voor de hedendaagse beeldende kunst bereikt wordt.
De lokale inbedding beoordeelt de commissie als voldoende. Volgens de commissie verhoudt het kunstpodium zich op passende wijze tot de lokale culturele context en infrastructuur door de inspanningen die het levert om verbanden te leggen met museale instellingen in de regio en samenwerkingen aan te gaan met lokale toerisme-organisaties. Zij vindt bovendien de positionering van de instelling vanuit een historisch ankerpunt, met de ambitie om verbindingen te leggen met jongere kunstenaars en kunstliefhebbers, voldoende onderscheidend ten opzichte van andere instellingen die culturele programma’s uitvoeren binnen dezelfde regio.
De kwaliteit van de organisatie en bedrijfsvoering beoordeelt de commissie als onvoldoende. De begroting is in de ogen van de commissie niet realistisch opgesteld. Zij vindt de inkomsten erg optimistisch ingeschat en er zijn weinig tot geen uitgaven opgenomen in relatie tot de uitvoering van het programmaplan en de bijbehorende kosten. Daarnaast wordt er naar de mening van de commissie weinig inzicht geboden in de organisatorische structuur, zoals taakverdelingen en verantwoordelijkheden. De nadruk ligt vooral op zichtbaarheid en publieksbereik, maar uitwerkingen en strategieën daarvan ontbreken. Daarmee is het vertrouwen in een kwalitatieve organisatorische uitvoering van het programmaplan te mager.
De omgang met de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie beoordeelt de commissie als onvoldoende. Het kunstpodium reflecteert op de relevante codes, maar de uitwerking blijft grotendeels algemeen en weinig concreet. Daarnaast blijven de geformuleerde ambities op de codes bescheiden en meent de commissie dat deze verder zouden kunnen worden aangescherpt.
De adviescommissie heeft de beoordelingscriteria van de regeling Kunstpodium Start gewogen in onderlinge samenhang. Hierbij is het criterium met betrekking tot de lokale inbedding zwaarder gewogen, omdat dit een aandachtspunt is binnen de regeling. Zij is gekomen tot het eindoordeel dat de aanvraag van Stichting Kunstcentrum De Ploeg net onvoldoende is en adviseert de aanvraag af te wijzen.